Op reis met Atelier Africa Safaris, Travel Story:

MAGNIFIEK MADAGASKAR

Meer dan zestig lemuursoorten, honderd verschillende kameleons en bijna duizend variëteiten
van orchideeën maken van Madagaskar veruit
de kleurrijkste bestemming in Afrika!

Ongeveer 88 miljoen jaar geleden scheurde Madagaskar zich af van de rest van de wereld. Daardoor evolueerden de planten- en diersoorten hier in een volledig isolement. Het grootste eiland van Afrika en het op drie na grootste eiland ter wereld is dus absoluut uniek op vlak van fauna en flora. Meteen bij aankomst in de luchthaven merk je dat ook de lokale bevolking een unieke mengeling is, met zowel Aziatische als Afrikaanse invloeden.

Sinds de komst van de mens, ongeveer 2000 jaar geleden, is jammer genoeg wel al 90 procent van het oorspronkelijke oerwoud verloren gegaan, en daarmee ook diersoorten als de bijna drie meter hoge olifantsvogel (een reuzenstruisvogel) en een lemuursoort die zo groot was als een gorilla! Gelukkig helpt goed georganiseerd toerisme vandaag enorm bij het beschermen van dit fantastisch stukje wereld.

Antananarivo, of gewoon Tana

Na een comfortabele vlucht vanuit Brussel, via Addis Abeba, landen we met Ethiopian Airlines rond de middag in ‘Tana’, de veel eenvoudigere bijnaam voor de hoofdstad van Madagaskar, waar ongeveer anderhalf van de 25 miljoen Malagassiërs wonen.

Een bezoek aan de stad brengt ons langs smalle winkeltjes met vlees, groenten en fruit gewoon uitgestald voor de deur. In de kleine kraampjes, langs straten vol oude Renault 5’s, worden ook verse bananenbeignets, mango’s en volledige takken met rijpe lychees aangeprezen. Plots zien we ook een man op de fiets met een pak stokbroden onder de arm, absoluut geen gewoon zicht in Afrika. Maar dit is wel makkelijk te verklaren, want Madagaskar was tot 1958 een Franse kolonie. Ook wanneer we ’s avonds de menukaart te zien krijgen, is Frankrijk niet ver weg. Op het menu prijken gerechten als de lokale Zebu-biefstuk met pommes dauphinoise en crème brûlée. De wijnen komen dan weer allemaal uit de Zuid-Afrikaanse Kaap, dat belooft dus voor de rest van de reis.

Salama vaza

Vanuit Tana hoppen we de volgende dag met een klein vliegtuig richting Morondava, een stad aan de westkust van het eiland, waar het meteen opvallend warmer is. Zo merken we al op het tarmac, waar we door onze gids Tienna worden opgewacht. We verblijven hier op het strand in een kleine lodge. Palissandre Côte Ouest wordt onze eerste uitvalbasis om deze unieke hoek van Madagaskar te verkennen.

Na de middag varen we in een traditionele pirogue, eigenlijk gewoon een uitgeholde boomstam, naar het lokale vissersdorp, waar meteen een hoop jonge kinderen op ons af stormen. “Salama vaza!” – “Hallo vreemdeling!” klinkt het overal waar we langs lopen. Zowat 40% van de populatie van Madagaskar is jonger dan 18 jaar, en dat merk je hier onmiddellijk.

De mannen van het dorp zijn net terug van het vissen en maken hun netten schoon, terwijl de vrouwen een vuurtje stoken en aan het koken slaan. De kippen en de varkens lopen rustig rond door het dorp. Ik vraag me af hoe ze hier weten van wie welk dier is.

Terug in het hotel genieten we van een ijskoude Three Horses Beer bij een spectaculaire zonsondergang over de Indische Oceaan. We kruipen vroeg onder de lakens, want morgen wordt een zeer goed gevulde dag.

Tsingy

Het woord ‘tsingy’ betekent ‘op de tippen van je tenen wandelen’ in Malagassisch en ‘heel voorzichtig’ lijkt ons op het eerste zicht inderdaad de beste manier om tussen deze vlijmscherpe stenen te stappen!  Dit park wordt ook nog wel ‘het stenen messenbos’ genoemd en is ontstaan door jaren van erosie door de moessonregens. Dit stukje van Madagaskar kan eigenlijk pas sinds 1998 bezocht worden, al heb je best nog steeds een stevige 4×4 nodig om deze ‘Route Nationale’ te trotseren. Vanaf 1 december tot 1 april is het park gesloten, want dan regent het te veel en wordt het onmogelijk om door het slijk het park te bereiken.

Maar wie hier in de juiste periode van het jaar komt, staat een ongelooflijk avontuur te wachten.  Dit spectaculaire geologische fenomeen van kalkstenen zuilen, grotten en kloven tot 100 meter hoog, is ook de thuis voor één van de mooiste lemuursoorten: de zijdesifaka. Zij vallen, dankzij hun vacht van spierwit pluis, duidelijk op tegen de donkergrijze rotsen. We kunnen ze dus al vrij snel spotten. Onze eerste lemuur is van het lijstje afgevinkt!

We krijgen een harnas en een helm aan, en na een korte briefing gaan we de kalksteentorens trotseren, met als hoogtepunt de hangbrug over een enorme canyon… met onder ons vlijmscherpe rotsen! Dit wordt veruit het spannendste moment van onze reis. Dit, én de oversteek van een rivier die we een paar uur later doen, met onze Mitsubishi Pajero op een toch wel héél eenvoudig aan elkaar gesjord houten vlot. Gelukkig had Tienna dit al wel vaker gedaan: hij was er veel geruster in dan wij!

Baobablaan

Om de dag af te sluiten, stoppen we voor zonsondergang aan één van de meest iconische locaties van Madagaskar:  de ‘Avenue des Baobab’.  De laan bestaat uit 25 enorme bomen van bijna 1000 jaar oud, de restanten van wat ooit een tropisch bos was.

De Malagassiërs noemen deze bomen “Renala”, wat ‘moeder van het bos’ betekent. Betreurenswaardig is dat veel van deze ‘moeders’ in de loop der tijd gekapt zijn om plaats te maken voor het verbouwen van rijst. Wat overblijft, is des te meer de moeite waard om te bezoeken. Een klein stukje verderop staan twee baobabs die elkaar omhelzen en daarom – uiteraard –  “Baobab amoureux” worden genoemd.

Op onze planeet zijn er slechts negen soorten baobab-bomen te vinden en zes daarvan komen alleen op Madagaskar voor. Baobabs kunnen tot 30 meter hoog groeien en in hun stam tot 120.000 liter water opslaan voor gebruik tijdens droge perioden. “Als je te snel kijkt, lijkt het net alsof ze op hun kop staan!” weet Tienna te vertellen. “Een oude legende van de bosjesmannen beweert zelfs dat het bomen zijn die bij de goden in de tuin stonden en uit de hemel op de aarde werden gegooid tijdens een woede-uitbarsting, waardoor ze op hun kop terecht zijn gekomen…” Prachtig toch?

Baobab amoureux

Een land vol kleur

Voor we onze route rond Madagaskar voortzetten, hebben we nog de kans om een lokale markt mee te pikken. Een ongelooflijk kleurrijke belevenis met honderden mensen op de weg die soms 20 kilometer richting kust wandelen of fietsen, om daar hun producten uit de bergen te ruilen of te verkopen.

Wanneer we wat later dieper die bergen in rijden, zien we prachtige felgroene rijstvelden en bananenplantages die duidelijk afsteken tegenover de donkerrode aardegrond waaruit de verschillende terrassen zijn gebouwd.

Ineens gaat de gids vrij stevig op de rem staan. We begrijpen niet goed waarom, want er is helemaal niets of niemand te zien op de weg. Of dat denken we toch…  Tienna vraagt ons om uit te stappen, want hij heeft wel degelijk iets gezien: een kameleon! Hetzelfde scenario zal zich tijdens onze reis nog enkele keren herhalen. Ook bij onze volgende gids aan de andere kant van het land staan we perplex van hoe die mannen erin slagen om een kameleon, die letterlijk gemaakt is om totaal niet op te vallen, te spotten terwijl we voorbijrijden aan een snelheid van 70 kilometer per uur. Met meer dan 100 verschillende soorten is elke stop absoluut interessant: de kameleons hebben immers alle mogelijke formaten en kleuren.

De meest spectaculaire vondst, en voor mij ook meteen de meest impressionante kameleon, werd door de lokale gids Kongo gespot vlak naast onze volgende lodge. Ik verdenk er hem nog steeds van dat het beestje al in zijn broek stak, want deze jonge dwerg-kameleon is slechts 1,5cm lang en was onmogelijk te zien voor het ongetrainde oog!

Tijdens dezelfde zoektocht vond Kongo ook nog een girafkever. Met knalrood lijf en een lange nek (toch in verhouding tot de rest van zijn lijf) was dit ook een zeer merkwaardig beestje om te spotten. Zo hadden we meteen al twee soorten van Madagaskars ‘Mini Five’ gevonden.

Een apenland

Op één na is Madagaskar het land met het meest aantal primatensoorten. Er zijn meer dan 60 verschillende soorten lemuren of maki’s te vinden en wetenschappers verwachten zelfs nog steeds nieuwe varianten te ontdekken, maar met 72 soorten spant Brazilië wel degelijk de kroon. Ik betwijfel of dit record kan gebroken worden…

Aangekomen op onze volgende locatie, nu in het zuiden van Madagaskar, staan enkele safari’s op de planning. Niet met een open 4×4, zoals we traditioneel gewoon zijn in Afrika: deze keer is het allemaal te voet te doen.

We bevinden ons in Mandrare River Camp. Zoals de naam van de lodge al laat raden, gaan we hier de rivier op met een kano, naar een heilig eiland waar geen mensen wonen maar enkel de heel populaire ringstaartlemur!  Na een korte wandeling door de tropische bebossing doet de gids ons teken om te gaan zitten. Niet veel later worden we omringd door een familie van bijna 20  prachtige dieren, die druk in de weer zijn om voedsel te verzamelen. We zitten onder een soort bessenboom en bevinden ons dus letterlijk in hun keuken. Het is een waar plezier om hen bezig te zien, dus we blijven hier rustig nog een tijdje zitten.

In de late namiddag trekken we een totaal andere soort vegetatie in, het zogenaamde Spinny Forest, bestaande uit enorme cactusachtige bomen en struiken. Het is de thuis van de sifaka’s, ook bekend als de dansende lemuren, omdat ze hun voorpoten, of handen, in de lucht steken wanneer ze rechtop lopen. De inspiratie voor de vrolijke dansende bende uit de Madagascar-animatiefilms is hier dus niet ver te zoeken.

Als het donker wordt, betekent dit nog niet meteen het einde van onze safari. “Nu wordt het pas echt interessant,” zegt Kongo. ’s Nachts kan je namelijk veel makkelijker de heel kleine lemuren spotten, waaronder de muis- en dwerglemuur, die met hun 25 gram en ogen groter dan hun hersenen echt ongelooflijk schattige dieren zijn om te zien. Gewapend met enkel een zaklamp wandelen we in het spoor van de gids door de bush en worden we meteen ondergedompeld in het nachtleven van de rimboe.

Om dit avontuur af te sluiten, wagen we ons in de bar achteraf nog aan de lokale rums. Een groot assortiment rum vind je in bijna elke lodge in Madagaskar, bewaard in grote laboratoriumflessen en geparfumeerd met de bekende Madagaskar-vanille, kaneel, lychee en zelfs mango’s! Eigenlijk alles wat lekker en lokaal is, zie je hier in een fles rum zitten. Het moet dus eigenlijk ook niet gezegd worden dat ze stuk voor stuk verrukkelijk zijn.

Panda-lemuur

De laatste lemuur die we absoluut van het lijstje moeten afvinken, is de indri.  De grootste van alle lemuren heeft door zijn witte buik en zwarte poten de bijnaam ‘panda’ gekregen. Het is ook de meest bedreigde soort van allemaal.

Indri’s kunnen niet overleven buiten hun habitat in Madagaskar.  Alle indri-lemuren die ooit van het eiland af zijn gehaald, gingen uiteindelijk in hongerstaking en zijn overleden. In vergelijking met de andere ringstaartlemuren en zelf enkele sifaka’s zal je nergens anders ter wereld een indri kunnen bewonderen. Alleen al hiervoor is de reis naar Madagaskar de moeite waard!

Na een goed half uur klimmen in de jungle, horen we in de verte de indri’s communiceren tussen de toppen van de bomen. Ze klinken een beetje zoals dolfijnen of walvissen die met een schelle, hoge toon naar elkaar zingen. Dit gezang kan je makkelijk tot twee kilometer ver horen, dus ze kunnen nog ver zitten. Maar we hebben geluk: niet veel later staan we letterlijk onder een familie van een tiental indri’s die actief en luidkeels met elkaar aan het tetteren zijn. Het geluid gaat op deze korte afstand door merg en been, dat maakt van dit moment een herinnering om nooit te vergeten.

We blijven een half uurtje in hun buurt, tot mijn oren en nek het moe worden om hen nog langer te bewonderen. Het wordt dan ook tijd om ons opnieuw naar de luchthaven te begeven en richting finale bestemming te vliegen.

Wandelende panda lemurs

Lemuur-eiland

Bestemming van de vlucht is Nosy Be (Groot Eiland). Hier nemen we een bootje dat ons brengt naar Nosy Komba (Lemuur-eiland) aan de noordwestkust van Madagaskar.

Het bijna perfect ronde eilandje heeft slechts een diameter van 5 kilometer en bevat niet meer dan een tiental kleine beach houses en lodges.  Wij ronden hier af in een National Geographic Unique Lodge: Tsara Komba. Met slechts acht kamers wordt de nadruk hier gelegd op ‘barefoot luxury’. De volgende dagen dragen we hier geen schoeisel meer en genieten we enkel nog van het prachtig witte strand en de fantastische keuken die het beste van de Malagassische met de Franse keuken combineert: vis met vanille, carpaccio van ananas met rumlikeur en gerookte zwaardvis, om maar wat voorbeelden te geven. De locatie bij uitstek om nog even na te genieten en terug te blikken op een magnifieke safari doorheen Madagaskar.