Rovos Rail

In de luxe stijl van de jaren 50 door de Afrikaanse landschappen glijden.

Met Rovos Rail door Zuid-Afrika

Sporen in nostalgie en luxe

Hogesnelheidstreinen zijn een zegen. Brussel-Parijs in minder dan negentig minuten: fantastisch! Maar het kan ook anders. Rovos Rail -the Pride of Africa- rijdt in 48 uur en pure Orient Express-stijl van Johannesburg naar Kaapstad.

Tekst en fotografie Gerrit Op de Beeck

Met trage treinen reizen is een les in geschiedenis en vooroorlogse luxe, gelardeerd met verrassende ontmoetingen. Goed, de arme zusjes Royal Scotsman en de Al Andalus Expreso doen hun best, maar luidens eigenaar -en geobsedeerd treinfanaat- Rohan Vos spreekt geen historische luxetrein zo tot de verbeelding als de exclusieve Rovos Rail: de pauw onder de treinen, een superlatief op sporen, het nec plus ultra qua treinreizen en beslist even goed als de Orient Express. ‘Romancing the South African rails,’noemt de flamboyante stichter-investeerder het.

Het gouden tijdperk herleeft

Driemaal per week strijken in een buitenwijk van Pretoria een paar dozijn individualisten neer. En toch hebben ze veel gemeen. Nostalgie bijvoorbeeld, en een zekere hang naar comfort, zonder daarbij in extremen te vervallen. In het centrum van de politieke hoofdstad was het groezelig daarnet. Onze chauffeur had trouwens discreet de deuren van de Mercedes vergrendeld. Maar hier in het privé-station Capital Park is het een en al rust. Twintig mosgroene treinwagons staan statig te blinken op spoor één. Een tweekoppig oosters strijkje begeleidt de serverende obers terwijl jonge piccolo’s -met het echte formele ronde pralinedoosje op het hoofd- noestig een orgie van koffers inchecken. “Welkom, mister en madam Op de Beeck.”Wij hebben de Shepherd suite, kamer 4510 voor jullie gereserveerd. Mag ik jullie een fris glas champagne aanbieden?” Treinmanager Joe Mathala doet het met z’n zilveren clipboard onder de arm in stijl. De terrassen van het oude stationsgebouw, inclusief radiokamer en postkantoor, zijn inderdaad een perfect vertrekpunt voor een historische treinreis. Hoeveel maatschappijen kunnen tenslotte zeggen dat ze in hun eigen station vertrekken? Klokslag drie uur in de namiddag komt eigenaar Rohan Vos toe. De patron, op-en-top lid van een Britse gentlemenclub, houdt eraan zoveel mogelijk tochten zelf uit te zwaaien. Na eerst iedere gast persoonlijk welkom te hebben geheten (Hi, I’m Rohan Vos, welcome in my train), houdt hij ook een korte toespraak. En die mag best eigenzinnig genoemd worden. “We zullen misschien met enkele minuten vertraging vertrekken, …we zoeken nog enkele extra wielen om de bagagewagon te ondersteunen.” Het bonte gezelschap lacht vriendelijk. “He’s really funny”, kirt onze Britse buurvrouw. Genoeg gedronken, tijd voor actie. Klokslag half vier luidt Mister Vos een antieke goudkleurige schoolbel. “All aboard!!!” Shaun, de authentieke zeventigjarige steenkoollocomotief en genoemd naar een van Vos’ zonen, laat als paukenslag een langgerekt stoomgefluit horen. Knarsend en snokkend zetten de wielen zich in beweging. Uit alle kamers hangen hoofden en wuivende handen; een vorm van reis-savoir-vivre die niet meer van deze tijd is en we bijna vergeten waren. Duizend zeshonderd kilometer hebben we te sporen. Zondagavond zes uur zullen we in Kaapstad toekomen.

Een wijntje in het treintje

Ieder van ons heeft al duizend keer de metalige aankondigingen in het station gehoord, maar in het voorbijsporen ‘De trein op spoor vijf is de ‘Pride of Africa’ met bestemming Kaapstad’ horen schallen, heeft wel iets. Zeker omdat we op deze rit met slechts een kleine groep gasten reizen. Be somebody. Dertien wagons, twintig personeelsleden, veertien suites, vijfentwintig gasten. Kamer 4510 is, naar treinnormen, inderdaad riant. Een kingsize-bed, een kleerkast, een douche, een toilet, een minibar, airco. Dit is een hotelkamer van elf vierkante meter op wielen die uitblinkt in ruimtelijke ordening. Drie kamers vormen één wagon, en 72 passagiers is het maximum; anders wordt de trein te lang. Op het bed liggen twee toilettasjes met de kleuren en het logo van de trein. Naast de klassieke verzorgingsproducten vinden we er ook Rennies maagtabletten (voor als de feestmaaltijden je parten spelen) en twee condooms (voor je weet maar nooit). De eerste namiddag spoort de trein door de weinig inspirerende smoezelige buitenwijken van Johannesburg,. We besluiten ons te gedragen als echte rijken en dus lummelen we maar wat rond. En waar kan je dat beter doen dan in de bar van de ‘observation car’, waar zelfs een openluchtterrasje is! Daarvoor moeten we zes wagons door. De eerste indrukken zijn overweldigend. Dit is een rijdend museum, alles is nadrukkelijk Eerste Klasse: de stoffen, het hout, de materialen. Deze ‘Edwardian’trein werd in 1989 op de sporen gezet maar de wagons dateren van de jaren dertig. Modern comfort in een oude verpakking. Bijna onbetaalbaar.

Acht uur. Een ober doorkruist de trein en luidt de bel. Dinner is served. De gasten slingeren in avondkledij door de nauwe gangen. Ook wij, netjes in pak en cocktailkleedje, bereiken zwalpend de restaurantwagon waar we een intiem tafeltje in de hoek aangewezen krijgen. De sfeer straalt grandeur zonder erover te gaan. Geen decolletés als de Grand Canyon, geen knoerten van gouden horloges. Op het menu staat avocadomousse, een soepje, springbokmedaillons, cognac-pudding en zoetigheden. Daarbovenop krijg ik een indrukwekkende wijnlijst in de handen gestopt. Het beste uit Zuid-Afrika onder de kurk, op één A4-velletje. De wijnmeester heeft met plezier z’n werk gedaan.

We leren snel maar het blijft behelpen. Eten in een schommelende trein is niet alleen voor de serverende obers een huzarenstukje (goed mikken is de boodschap), maar ook voor de passagiers een regelrechte uitdaging. Maar het grootste respect gaat naar de driekoppige keukenbrigade die in een miezerig keukentje van enkele vierkante meters een service op Michelin-niveau prepareren.

Bij terugkomst heeft butler Divan niet alleen het bed opengelegd maar ook het donsdeken uitgerold. Het belooft koud te worden vannacht wanneer de trein enkele uren stopt om rustig te kunnen slapen. Tijdens het tandenpoetsen kom ik onvriendelijk in aanvaring met het handdoekrekje en kruip licht beblutst in bed. Treinromantiek: je moet het gewoon zijn! Uren zullen we nog schudden en schokken. Vertragen, terug optrekken, bruusk remmen, piepen, kreunen. Wie hier goed slaapt; is een wiegend natuurwonder, of ladderzat.

De passiviteit van het reizen

De zetels in het salonrijtuig zijn van een vooroorlogs raffinement: eens gezeten geraak je er nog maar moeilijk uit. Nu begrijpen we hoe mensen op lange treinreizen verslaafd geraken aan het in trance staren naar de voorbijglijdende landschappen. In tegenstelling tot ’s nachts is het wellustig ratelen van de sporen overdag heerlijk. Zaterdagvoormiddag bezoeken we met z’n allen Kimberley, een oude mijnstad die erop kan bogen ‘’s Werelds Grootste Door Mensen Gemaakte Gat’ te bezitten. Op een gegeven moment waren er hier dertigduizend uitzinnige diamantzoekers tegelijkertijd in het gat aan het graven. Toen het in 1914 werd gesloten (eigendom van De Beers), was het 1065 meter diep met een doorsnede van 1,6 kilometer. Dat gat zegt me niet veel, maar ik vind het hemels heerlijk om even terug op vaste grond te staan. Omdat we ons bij de lunch iets te veel overheerlijke wijn laten inschenken -we kunnen maar niet kiezen- vervallen we vanaf de namiddag in ongegeneerde luiheid. Iedere passagier zoekt, net zoals op een cruiseship, in alle rust z’n favoriete plekje op. Er worden dikke boeken bovengehaald maar een half uur later slaapt iedereen. Alleen Mister Santos, een Argentijnse wijnmakelaar uit Mendoza, rookt een sigaartje aan de bar -‘The booze at arm’s length’. “Tast toe”, wenkt hij,”wijzend naar de single malt whiskey. Het is allemaal all-in.” Tijdens het diner, waarbij iedereen wat overbodig een witte bloem krijgt opgespeld, raken we aan de praat met Rowan en Sheila, een Zuid-Afrikaans koppel dat het allemaal al gezien heeft, maar de Rovos Rail trouw blijft. “Ontvluchting”, zegt de lieve Sheila wat schuchtig. “Dit traject vlieg je tenslotte op twee uur. Maar in de trein draait het niet om snelheid. Als we honderd kilometer per uur gaan, vliegen we van de sporen (lacht). Die verplichte onthaasting doet mij deugd. Het gaat allemaal al snel genoeg.”

Een tapijt van metaal

Zondagochtend worden we wakker met regen en dat maakt dat we ons nog slomer gedragen dan anders. Net op de valreep halen we het ontbijt, de met een berg geslepen glas en bestek omkaderde lunch beperken we tot één gerechtje uit het vijfgangenmenu. Enkele uren voor aankomst wordt het interessant. Als een slang kronkelt de Rovos Rail door de vruchtbare Hex River Valley en de Kaapse wijnlanden. Net als wij zitten alle medereizigers aan een vensterplaats te genieten. De regen is ondertussen verdwenen en hard zonlicht verlicht de okerkleurige heuvels, in de verte verduisterd door een achtergebleven onweer. Nu komen de grootse landschappen van Zuid-Afrika zich tonen. Heuvels en bergruggen schuiven als toneelgordijnen over en achter elkaar. Laaghangende wolken leveren de nodige dynamiek.Terwijl iedereen de koffers maakt, schokt Rovos de laatste kilometers af. In tegenstelling tot het onvergetelijke vertrek, verloopt de aankomst in mineur. Het is terug beginnen regenen en de zon is reeds onder in Kaapstad. Het station is kil, nat, donker en bevolkt door clochards. Geen muziek, geen rode loper. Het personeel probeert de eer te redden en staat militair opgesteld op een rij. Iedereen geeft iedereen vriendelijk een hand maar dan haasten de gasten zich vlug vlug de wachtende hotellimousine of een taxi in. “But still, I love this train”, horen we Rowan mompelen.

Praktisch

De Rovos Rail, rijdt in het hoogseizoen één- tot tweemaal per week tussen Pretoria en Kaapstad. De reis kan in beide richtingen aangevat worden. De instapprijs bedraagt 1495 euro per persoon op basis van een tweepersoonskamer. De formule is een superlatieve all-in: alle alcoholische dranken en de excursies zijn in de prijs inbegrepen.

Wie alleen reist, kijkt tegen een supplement van vijftig procent op.